• De wijnstok en de ranken

    Het artikel „PER320 - De wijnstok en de ranken” onderzoekt het onderwijs van Jezus in Johannes 15:1-17, waarin het beeld van de wijnstok en de ranken wordt gebruikt om de relatie met zijn leerlingen te illustreren. Jezus presenteert zich als de bron van echte geestelijke vruchtbaarheid en roept op tot een wederzijdse verbondenheid die draait om liefde en gehoorzaamheid.

    Johannes 15.1-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman.Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijft in deze Mijn liefde.Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijkerwijs Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u blijve, en uw blijdschap vervuld worde.Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede.Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht blijve; opdat, zo wat gij van den Vader begeren zult in Mijn Naam, Hij u dat geve.Dit gebied Ik u, opdat gij elkander liefhebt.
    Verder lezen